begin > toverslag > 2021 > de kast 2 



Toverslag 2021



De kast 2

Het gevecht met twee IKEA ladekasten van de huisfee is eindelijk achter de rug. Het tweede ladeblok heb ik toch maar leeggehaald en mijn toverhok binnen gesleept want het restaureren op locatie (lees: in huis) was wel erg gortig. Ook met al mijn gereedschap onder handbereik is het nog steeds een hele klus om de tweede serie van acht lades soepel over hun nieuwe houten geleiders te laten glijden.

Omdat je aan de buitenkant niet kunt zien dat de kasten uitgebreid door een bricolomaan onder handen zijn genomen heb ik aangeboden om ook de kastgrepen te vervangen. Zo is er een zichtbare herinnering aan het tijdrovende opwaarderingsproject.

De oorspronkelijke handgrepen van model Husar bestonden uit stalen oogjes. We waren het er van begin af aan over eens dat die oogjes zowel oerlelijk als uitermate vingeronvriendelijk zijn dus voordat de huisfee de kast in gebruik nam heb ik andere handgrepen gemaakt.

Ik ontwierp bescheiden conische knoppen van vurenhout en bleek die het meest vormvast te kunnen produceren op mijn metaaldraaibank. Indertijd zag ik het als een uitdaging om twintig precies dezelfde houten knoppen te draaien. Dat is toen zo goed gelukt dat ik nu weer behoefte voel aan een andere technische uitdaging.

De nieuwe handgrepen maak ik van takken uit eigen tuin. Op zolder staan heel wat gedroogde takken geduldig in oude prullenbakken te wachten op een transformatie tot toverstok, amulet of andere magische bestemming. De voorraad is echter zo groot geworden dat er ook wel een paar handgrepen vanaf kunnen.

Ik maak een proefmodel van boerenjasmijn en laat dat aan de huisfee zien. Ze is enthousiast en bestelt er twintig maar dan wel graag zonder grauwe vlekken. Prompt speelt TAO dat bijna al mijn takken van boerenjasmijn grauwe vlekken hebben dus het is nog een heel gedoe om de juiste takken bij elkaar te scharrelen.

Je wil overigens niet weten hoeveel tijd en moeite het kost om een stukje tak van vijftien centimeter netjes te schillen en glad te schuren. En dat maal twintig. Monnikenwerk lijkt een van de specialiteiten van de bricolomaan en dat zal ik weten ook. Gelukkig draag ik geen horloge meer en hangt er geen klok in mijn toverhok, dat scheelt een heleboel valse haast.

Als het eerste ladeblok is voorzien van takgrepen zijn we beiden onder de indruk. De conische knoppen waren met opzet zo bescheiden ontworpen dat ze amper opvielen. De nieuwe takgrepen met hun natuurlijke slingeringen zijn een stuk dominanter maar geven de kast daardoor wel een heel ander karakter.

Als de huisfee voorzichtig polst of ik ook nog kans zie het eenvoudige stapelmeubel om te bouwen tot een soort buffetkast met open tussenruimte moet ik eerst even slikken. Als ze zo door blijft gaan met het verzinnen van opdrachtjes voor de bricolomaan kom ik nooit meer aan andere knutselprojecten toe. Dan herinnert TAO me er aan dat ze een van haar twee kasten tenminste tien jaar geheel onbaatzuchtig ter beschikking stelde aan onze gezamenlijke rommel. Het zijn met grote nadruk HAAR kasten want ik weigerde ook maar een cent mee te betalen omdat ik meubelprijzenoorlog principieel haat.

Na een paar onrustige nachten van woelen en piekeren verzin ik dat de bovenkasten niet aan de muur komen te hangen maar op hoge poten komen te staan. Van takken natuurlijk. De huisfee twijfelt over mijn ingeving omdat ze zich niet kan voorstellen dat een paar takken een hele kast kunnen dragen. Haar technische twijfel doet me deugd. Zie ik daar ruimte om haar angstige geest weer wat verder te verruimen?

Waarschijnlijk heeft de huisfee nog te weinig oromaanse toverstokken gemaakt (nul om precies te zijn) om in de enorme kracht van takken te durven geloven. Zelf heb ik inmiddels zoveel toverstokken gemaakt dat ik het volste vertrouwen heb in takhout, ook als tussenpoten in een volgepakt wandmeubel. Om het vertrouwen van de huisfee niet te hard op de proef te stellen gebruik ik geen takken van boerenjasmijn maar dikke berkentakken, daar kun je met wat fantasie al bijna een betrouwbare boomstam in zien.


Toverslag - Met takken opgeleukte wandkast

Met takken opgeleukte wandkast


Nu komt het er op aan. Ben ik inmiddels goed genoeg aangesloten op TAO's technische creativiteit om de dikke steuntakken aan beide zijden precies haaks af te zagen met de zaagmachine. Na een paar uur worstelen en vloeken verklapt TAO me eindelijk een van de vele oplossingen. Ik moet mijn ervaring als bankwerker er bij slepen en dan komt het helemaal goed.

Elke tak wordt voor elke zaagsnede tot op de millimeter uitgelijnd op de zaagtafel met behulp van liniaal, blokhaak, winkelhaak, schuifmaat en ophoogplaatjes. Alsof ik een uiterst precieze draai- of freesbewerking uit ga voeren. Hoe meer tijd en moeite ik in het uitlijnen steek, hoe beter de twee zaagsneden van het kronkelige hout parallel komen te liggen.

Na het op maat zagen van elke berkentak meet ik de behaalde parallelliteit af op de werkbank met behulp van een kleine aluminium rei en een rolmaat. Omdat ik ooit in mijn leven nog wat anders hoop te doen dan het exact parallel afkorten van grillige berkentakken stel ik me tevreden met een tolerantie van enkele millimeters op een afstand van vijftien centimeter.

Als alles is gelakt, gemonteerd en opgesteld is de huisfee diep gelukkig. Ik niet. Ik voel hooguit lichte tot matige tevredenheid over het feit dat de kast recht en stevig staat. De ongeschilde berkentakken doen echter sterk denken aan een gangbaar model vogelvoedertafel en op een of ander manier roept dat een vervelende associatie bij me op. Hadden die akelige buren uit mijn jeugd niet zo'n voedertafel in de tuin staan?

Voorzichtig beken ik de huisfee dat het optische effect me een beetje tegenvalt. Ik heb gelukkig ook al een oplossing verzonnen: die takken moeten alsnog geschild worden, dan wordt het pas echt een mooie kast. De huisfee is het ergens wel met me eens maar besluit dat ze het eerst eens tien jaar aan wil zien. In die tijd kan ik mooi ons overige meubilair vervangen door ontwerpen die een tovenaar waardig zijn.





 
Copyright - ZALiX en TAO - 2021