begin > toverslag > 2010 > het beste ras 



Toverslag 2010

Hier staan toverslagen (magische verslagen) van oromaan, xylomaan en totaaltovenaar ZALiX.

maandag 13 december 2010

Het beste ras

Lang geleden, zo lang geleden dat ik me niet eens meer kan herinneren wanneer precies, leerde ik een nieuw ras kennen. Ik denk dat het in het late deel van mijn puberteit geweest moet zijn. Ik droeg een alpinopet (ik ben artistiek), een Palestijnse sjaal (ik ben tegen), een viezige korte stoppelbaard (ik ben een flinke kerel) en een oud jack van mijn vader (maar voel me nog klein) met een PSP-sticker (en ik ben bang voor de boze wereld) op de rug.

Dapper en wanhopig op zoek dus naar een eigen identiteit. Ik was ook al vegetariër maar nog geen biologische want daar had ik nog nooit van gehoord. In die sferen moet het ongeveer geweest zijn dat ik een nieuw ras leerde kennen en ik was er van begin af aan dol op.

Hokkaido heette het ras en het was de lekkerste pompoensoort die ik ooit in mijn leven zou proeven. Maar dat wist ik toen nog niet want mijn eerste kennismaking met Hokkaido was ook mijn eerste kennismaking met eetbare pompoen in het algemeen dus ik dacht dat pompoenen altijd zo lekker waren. Wist ik veel, onnozele jongeling die ik was.


Toverslag - sierpompoenen

Deze sierpompoenen zijn tenminste bedoeld om niet op te eten


Jarenlang heb ik in de pompoenhemel geleefd zonder het in de gaten te hebben. Pas veel later zou ik leren over de Centenaar en andere smakeloze rassen. Ik had een enorme moestuin en zaaide steevast te veel pompoenzaad waardoor winter op winter minstens honderd verrukkelijke pompoenen de woonkamer bijna onbegaanbaar maakten. Zo komt de zelfvoorziener de winter wel door, al is het hinkelend en met darmkrampen (pompoen laxeert nogal).

Me niet bewust van mijn onmetelijke rijkdom vond ik het vrij hinderlijk om de hele winter tussen al die pompoenen door te laveren en in een poging om snel meer ruimte te maken voor mezelf at ik pompoensoep, gebakken pompoen, pompoenpuree en zelfs pompoentaart tot het mijn oren uitkwam. Dat ik geen pompoenijs maakte komt alleen maar omdat ik nog geen ijsmachine had.

Als in het vroege voorjaar de laatste pompoenen eindelijk beschimmeld raakten nam ik met spijt maar ook met enige opluchting afscheid van de zoete wintervrucht. Na het beëindigen van mijn carrière als zelfvoorzienende pompoenteler is er in eerste instantie geen vuiltje aan de lucht want in bijna elke biologische winkel ligt de smakelijke Hokkaido pompoen in het schap. Dat lijkt me een veel betere plek dan mijn woonkamer dus ik maak me nog nergens zorgen om. Die komen pas later.

Eerst denk ik nog dat ik toevallig een pompoen in handen heb die wat bitterder en smakelozer is dan de vorige. Ook binnen het ras Hokkaido zijn er verschillen in smaak en soms heb je helaas een misser in je soep. De volgende maakt dat altijd weer helemaal goed en juist die afwisseling houdt het spannend.

Maar na de derde smakeloze Hokkaido op rij krijg ik argwaan en vraag in de winkel naar de naam van het pompoenras. Sweet Mama is het antwoord. Zelfde maat, zelfde kleur, zelfde vorm maar amper te vreten. De teler komt erbij en ik vraag hem waarom hij geen Hokkaido teelt, de zoetste en smakelijkste pompoen ter wereld. Hij kijkt me niet begrijpend aan. 'Hokkaido, die naam zegt me niks', is het ontluisterende antwoord. Pas dan besef ik dat ik voorgoed uit de hemel geschopt ben.

Van nature geef ik niet snel op, behalve bij kou of honger, maar zo langzamerhand begin ik het ergste te vrezen. Hokkaido zou hier wel eens helemaal foetsie kunnen zijn. Want om het even op welke pompoen ik de laatste tijd ook beslag weet te leggen, het blijkt keer op keer misdadig veevoer vergeleken bij de Hokkaido die vroeger mijn barre geitenwollen winters kleur en smaak gaf.

Wat de oorzaak van deze gecertificeerd biologische miskleun is blijft gissen. Waarschijnlijk was het ras Hokkaido niet zo productief als nieuwere rassen of misschien is het nog wel pijnlijker en verkoopt Hokkaido alleen al vanwege de rare naam slechter dan Sweet Mama. Met weemoed denk ik terug aan dat slalommen tussen tientallen pompoenen om van de keuken bij de bank te komen. Vroeger was alles beter, ook al kon je soms je kont niet keren. En lekkerder.





 
Copyright - ZALiX - 2006 / 2018